NASH Blog "Financieringen voor het MKB, bancair en alternatieven"

NASH Blog "Financieringen voor het MKB, bancair en alternatieven"

 

Sinds de val van Lehman Brothers in september 2008 zijn de financiële markten niet meer hetzelfde. Lehman kwalificeerde zichzelf vooraf als “Too big to fail”. De bank zelf bleek niet te groot om te kunnen omvallen. Wel is destijds door de financiële markten onvoldoende gerealiseerd dat het falen van Lehman Brothers te ingrijpend was om zonder gigantische gevolgen te blijven voor de risicoperceptie van banken en het monetaire toezichtbeleid wereldwijd.

Los van de economische crisis, die het directe gevolg is geweest van de bankencrisis, gevolgd door een snel wegglijdend vertrouwen van ondernemers, investeerders en consumenten, blijkt ook de wederopbouw en het herstel van het vertrouwen, nadat de rookpluimen enigszins zijn opgetrokken, niet zo vlot en voorspoedig te verlopen als gehoopt.
Dat geldt nadrukkelijk voor ondernemers in het MKB. Een belangrijke oorzaak daarvan is te wijten aan een wel zeer terughoudende opstelling van traditionele financiers, lees de banken. Ook al wordt het publiekelijk regelmatig door banken zelf ontkent, je moet als ondernemer tegenwoordig van goede huize komen om een (uitbreiding van je) reguliere bancaire financiering aan te trekken. Dat geldt zowel voor het financieren van extra werkkapitaal (groei gaat immers meestal gepaard met een toename van de debiteuren- en / of voorraadomvang) als voor het financieren van investeringen (in bijvoorbeeld meer productiecapaciteit of vastgoed). Waar een gezonde ondernemer tot 2008 uit eigen middelen voor een (her-) financiering nog gemiddeld zo’n 25% financierde en de bank de overige 75% voor haar rekening nam, gaat de bank vandaag vaak niet veel verder dan 50% van de financieringsbehoefte, als er al een offerte komt. Zulks ingegeven door een combinatie van verscherpte rendementseisen op uitgeleende gelden en een enorm verzwaarde regelgeving door de toezichthouder. Ook het steeds verder inperken van de interne kosten, lees het verminderen van ervaren en vakkundig personeel, helpt helaas niet bij een slagvaardige behandeling en vlotte analyse, gevolgd door een dito financierings-aanbieding, bij een financieringsaanvraag door een ondernemer.

Dat betekent dat er in een dergelijk voorbeeld een financieringsbehoefte van 25% blijft bestaan, die op alternatieve wijze dient te worden gefinancierd. Dat dient via private initiatieven te worden opgelost. Dat is nieuw en misschien wel in positieve zin een modern verschijnsel te noemen voor het MKB in Nederland. In de Verenigde Staten kent men dit verschijnsel al langer en loopt de markt vooruit met allerlei financieringsoplossingen vanuit de private hoek.
Er is immers – ook in Nederland - voldoende geld aanwezig bij zowel formele als informele private investeringspartijen, die graag een beter rendement op hun middelen ontvangen. Vaak speelt ook mee dat het risico overzichtelijker is dan beleggen op de beurs en een regionale gunfactor (bijvoorbeeld Limburgse investeerders voor Limburgse ondernemers ter ondersteuning van de regionale economie) speelt een niet onbelangrijke rol.

Het bij elkaar brengen van investeerder en ondernemer met financieringsbehoefte kan op meerdere manieren en middels verscheidene instrumenten.
Een voorbeeld van een dergelijke nieuwe wijze van financieren is het uitgeven van obligaties. Ook in het MKB.
Een obligatie is een verhandelbaar schuldpapier. Een obligatie zal doorgaans een nominale waarde hebben van tussen € 5.000 en € 10.000 en zal doorgaans na 5 tot 10 jaar worden afgelost. Uiteraard zijn hierin vele variaties mogelijk. De koper van een obligatie ontvangt periodiek een vaste rente van de uitgevende instelling (onderneming) en kan de obligatie eventueel tussentijds verkopen aan een andere belegger. Natuurlijk kan een belegger / financier meerdere obligaties kopen. Voor financieringen waarbij aan beleggers obligaties worden aangeboden met een beleggingswaarde per belegger onder € 100.000 en een totale financiering met obligaties boven de twee en een half miljoen, moet een prospectus worden gemaakt en deze dient te worden goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daardoor weet een onderneming en een belegger dat deze manier van financieren onder toezicht van de AFM gebeurt en dat de AFM heeft gecontroleerd dat de verstrekte informatie in het prospectus transparant, compleet en volgens de regels is.
Het grote voordeel van het (gedeeltelijk) financieren met obligaties, is dat een onderneming steeds weer opnieuw obligaties kan uitgeven en de timing en omvang van financiering voor een belangrijk deel in eigen hand heeft. Een obligatiehouder heeft formeel geen zeggenschap, zoals een aandeelhouder. Wel ontvangt een obligatiehouder regelmatig (onder andere financiële) informatie van de onderneming en kan een obligatiehouder eventueel invloed uitoefenen tijdens een periodieke vergadering van obligatiehouders.